ECLI:NL:CRVB:2025:1075
Centrale Raad van Beroep · 08-07-2025 · zaaknummer 23/3345 PW
Inhoudsindicatie
Afwijzing aanvragen om bijstand. Afwijzing herzieningsverzoek. Verblijfsvergunning met terugwerkende kracht. Wel bijstandbehoevende omstandigheden. Geldlening aannemelijk. Zelf voorzien. Appellant heeft aannemelijk gemaakt dat hij in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde en dat hij daarom geld heeft geleend. Dat blijkt uit de drie leningsovereenkomsten. De overeenkomsten zijn onvoldoende om te kunnen vaststellen dat appellant € 10.600,- heeft geleend. Appellant heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat en wanneer de bedragen aan hem zijn uitgeleend. Dat geldt echter niet voor een deel van dat bedrag, namelijk € 1.098,50. Dit bedrag wordt alsnog aan appellant in de vorm van bijstand toegekend. De beroepsgrond van appellant dat zijn herzieningsverzoek anders beoordeeld moet worden dan zijn aanvragen om bijstand met terugwerkende kracht slaagt niet. Bij gebleken nieuwe feiten of veranderde omstandigheden is de bijstandverlenende instantie slechts dan gehouden om terug te komen van een in rechte onaantastbaar besluit tot afwijzing van een aanvraag om bijstand, indien en voor zover de aanvrager aannemelijk maakt dat destijds niet voorzien is in de noodzakelijke kosten van zijn bestaan.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
