ECLI:NL:CRVB:2025:1013
Centrale Raad van Beroep · 08-07-2025 · zaaknummer 22/903 PW
Inhoudsindicatie
Intrekking van bijstand. Schending inlichtingenverplichting. Handel in harddrugs. Productie in woning. Recht kan niet worden vastgesteld. Detentie. Terugvordering. Dringende redenen. Boete. Geen verdere matiging. Niet in geschil is dat appellant in detentie heeft gezeten en dat hij om die reden in periode 1 was uitgesloten van het recht op bijstand. Evenmin is in geschil dat appellant in periode 2 zijn woning aan derden beschikbaar heeft gesteld voor de productie van harddrugs en de handel daarin en dat hij daarvoor vergoedingen heeft ontvangen. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij, indien hij wel aan de inlichtingenplicht zou hebben voldaan, in periode 2 recht op volledige dan wel aanvullende bijstand zou hebben gehad. Het besluit om niet (deels) van terugvordering af te zien getuigt niet van een onevenwichtige afweging van de daarbij betrokken belangen. Appellant heeft de bedreiging door de derden aan wie hij zijn woning beschikbaar had gesteld, niet aannemelijk gemaakt. De opgelegde boete is evenredig aan de ernst van de overtreding, de mate van verwijtbaarheid en de overige over appellant gebleken omstandigheden. De persoonlijke omstandigheden van appellant geven geen aanleiding om de boete verder te matigen. Dat appellant harddrugsverslaafd was betekent niet dat het schenden van de inlichtingenverplichting appellant niet kan worden verweten.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
