ECLI:NL:CRVB:2024:261
Centrale Raad van Beroep · 16-01-2024 · zaaknummer 22/3274 PW
Inhoudsindicatie
Intrekking en terugvordering van bijstand. Gezamenlijke huishouding. Geen grond voor matiging van de terugvordering. Het college heeft aannemelijk gemaakt dat appellante en X gedurende de hier te beoordelen periode een gezamenlijke huishouding hebben gevoerd. X kan worden gehouden aan de derde door hem afgelegde verklaring over zijn verblijf bij appellante. Er is sprake van voldoende elementen van zorg van X aan appellante om te spreken van wederzijdse zorg van enige omvang en gewicht. Appellante heeft niet met feiten (over haar inkomsten) aannemelijk gemaakt dat als zij melding had gemaakt van die inkomsten, zij aanvullend recht op bijstand zou hebben gehad. Voor matiging van de terugvordering met inachtneming van een recht op bijstand naar de norm voor gehuwden is dan ook geen plaats.
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
