ECLI:NL:CRVB:2024:260
Centrale Raad van Beroep · 25-01-2024 · zaaknummer 22/2022 AW
Inhoudsindicatie
Na bezwaar door appellant tegen de opgelegde straf van onvoorwaardelijk ontslag wegens zeer ernstig plichtsverzuim, heeft de minister met het bestreden besluit aan appellant de straf van voorwaardelijk ontslag opgelegd met een proeftijd van twee jaar. Onjuiste aangiftes gedaan. Sprake van ernstig plichtsverzuim gelet op de verhoogde graad van zorgvuldigheid die voor appellant geldt. De forfaitaire proceskostenvergoeding in bezwaar blijft in stand. Fiscaal juridisch advies valt onder de kosten van beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Advocaten
- R.J. Roelink
- S. van Waegeningh
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
