ECLI:NL:CRVB:2024:2162
Centrale Raad van Beroep · 12-11-2024 · zaaknummer 23/1083 PW
Inhoudsindicatie
Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand. Medicijnkosten. Voorliggende voorziening. Naam medicijnen niet relevant. Geen zeer dringende redenen. Anders dan uit eerdere rechtspraak volgt, is de Raad nu van oordeel dat het college ook zonder te weten om welke medicijnen het gaat het recht op bijzondere bijstand voor de medicijnkosten kan vaststellen. Voor de kosten van medicijnen is de Zorgverzekeringswet een voorliggende voorziening als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de PW. Het college komt niet toe aan de beoordeling van het recht op bijzondere bijstand, omdat artikel 15, eerste lid, van de PW aan verlening van bijzondere bijstand in de weg staat. Het college heeft zich dan ook ten onrechte op het standpunt gesteld dat appellant de inlichtingenverplichting heeft geschonden door niet de naam te geven van de medicijnen waar zijn aanvraag om bijzondere bijstand op ziet. Beroep op zeer dringende redenen slaagt niet.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
