ECLI:NL:CRVB:2024:2079
Centrale Raad van Beroep · 15-10-2024 · zaaknummer 23/1623 PW
Inhoudsindicatie
Intrekking en terugvordering bijstand. Geen geldige verblijfstitel. Geen gelijkstelling met Nederlander. Uitsluiting beroep op zeer dringende redenen. Vaststaat dat appellante in de te beoordelen periode geen rechtmatig verblijf in Nederland had. Daaruit volgt dat zij in de te beoordelen periode niet voldeed aan het in artikel 11, derde lid, aanhef en onder b, van de PW gestelde vereiste van rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, aanhef en onder g of h, van de Vreemdelingenwet 2000. Appellante kon alleen al om die reden in de te beoordelen periode niet op grond van artikel 11, derde lid, van de PW met een Nederlander worden gelijkgesteld. Daarom had het college dus niet de mogelijkheid om appellante over de te beoordelen periode op grond van zeer dringende redenen bijstand toe te kennen.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
