ECLI:NL:CRVB:2024:1091
Centrale Raad van Beroep · 30-05-2024 · zaaknummer 23/23 WW
Inhoudsindicatie
De rechtbank heeft ten onrechte de afgesproken vergoeding voor de studieschuld van € 26.775,73 niet gemaximeerd zoals bepaald in artikel 64, vierde lid, van de WW. De Raad volgt het standpunt van het Uwv niet ten aanzien van de omvang van de overnameperiode zoals bepaald in artikel 64, eerste lid, van de WW. Het recht van betrokkene op vergoeding van de studieschuld, moet, voor zover de opbouw hiervan binnen de overnameperiode valt, evenredig worden toegerekend aan de overnameperiode van artikel 64, eerste lid, onder a en b, van de WW en vervolgens per maand gemaximeerd zoals is bepaald in artikel 64, vierde lid en volgende, van de WW. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit en geeft het Uwv opdracht om een nieuw besluit te nemen.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
