Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:CRVB:2023:384

Centrale Raad van Beroep · 24-02-2023 · zaaknummer 19/2087 PW

Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtGepubliceerd 02-03-2023
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Herziening en terugvordering van bijstand. Niet langer duurzaam gescheiden leven. Schending van de inlichtingenverplichting niet aannemelijk gemaakt. Onderzoek was gericht op verkeerde rechtssituatie, namelijk het voeren van een gezamenlijke huishouding. Het college heeft niet aannemelijk gemaakt dat appellante bij aanvang van de bijstand de inlichtingenverplichting heeft geschonden. Het is niet meer vast te stellen of appellante bij de aanvang van de bijstand onjuiste mededelingen heeft gedaan over haar verhouding tot X. Het ontbreken van de stukken over de aanvraag in 2001 komt voor rekening en risico van het college. Ook is niet meer vast te stellen of appellante bij de aanvang van de bijstand onjuiste mededelingen heeft gedaan over haar verhouding tot X. Appellante heeft steeds verklaard dat zij, vanaf het moment dat zij in Almere is komen wonen, het college heeft geïnformeerd over haar leefsituatie en de zorg die zij aan X heeft verleend. Uit wat het college wel heeft overgelegd kan niet worden afgeleid dat appellante na aanvang van de bijstand desgevraagd onjuiste mededelingen heeft gedaan over haar leefsituatie als duurzaam gescheiden leven. In de periode van 2004 tot en met januari 2014 zijn verschillende onderzoeken gedaan naar de woon- en leefsituatie van appellante. De sociale recherche en het college zijn bij de beoordeling van de rechtmatigheid van de verstrekte bijstand steeds van de verkeerde rechtssituatie uitgegaan. Door het onderzoek steeds te richten op een gezamenlijke huishouding, is het voor appellante ook niet duidelijk geworden wat het criterium duurzaam gescheiden leven inhoudt en wat zij daarover spontaan of desgevraagd aan het college had moeten melden. Het college was niet bevoegd om de bijstand met terugwerkende kracht te herzien op grond van artikel 54, derde lid, tweede volzin, van de PW. Appellante hoefde er niet op bedacht te zijn dat zij ten onrechte bijstand ontving omdat zij niet duurzaam gescheiden leefde.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [appellante]

    appellante · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.