ECLI:NL:CRVB:2023:383
Centrale Raad van Beroep · 14-02-2023 · zaaknummer 21/4416 PW-PV
Inhoudsindicatie
Afwijzing aanvraag om bijstand naar de norm voor alleenstaande. Gezamenlijke huishouding. Appellante en X hadden in de te beoordelen periode hun hoofdverblijf in dezelfde woning. Niet gebleken is dat appellante woonachtig was in een apart deel van de woning. Het betreft een eengezinswoning met twee slaapkamers, die door beiden werden gebruikt. Daarmee is aan het eerste criterium van een gezamenlijke huishouding voldaan. De gedingstukken bieden ook voldoende grondslag voor het standpunt van het college dat in de te beoordelen periode ook sprake was van wederzijdse zorg tussen appellante en X. De omstandigheden die tot het voeren van een gezamenlijke huishouding hebben geleid, de motieven van de betrokkenen en de aard van hun onderlinge relatie zijn niet van belang. Dat appellante later in de noodopvang uiteindelijk wel bijstand heeft gekregen maakt niet dat zij, toen zij nog een gezamenlijke huishouding voerde met X, ook recht had op bijstand.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
