ECLI:NL:CRVB:2023:284
Centrale Raad van Beroep · 16-02-2023 · zaaknummer 22 / 296 WLZ
Inhoudsindicatie
Appellant was vanaf 1 juni 2020 niet als ingezetene verzekerd op grond van de Wlz, omdat hij niet als ingezetene van Nederland kon worden aangemerkt. Hoewel buiten kijf staat dat de binding van appellant met Nederland groot is. De in aanmerking komende omstandigheden van dit geval, in hun onderlinge samenhang bezien, zijn echter van onvoldoende gewicht om een duurzame band van persoonlijke aard tussen appellant en Nederland – en daarmee ook woonplaats in Nederland – aan te nemen.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
