ECLI:NL:CRVB:2023:2264
Centrale Raad van Beroep · 28-11-2023 · zaaknummer 22/451 PW
Inhoudsindicatie
Aanvragen om bijstand ten onrechte afgewezen. De Raad voorziet zelf. De Raad is van oordeel dat appellant met de door hem verstrekte inlichtingen en ingeleverde stukken voldoende inzichtelijk heeft gemaakt hoe hij in de periode voorafgaand aan aanvraag 1 in zijn levensonderhoud heeft voorzien en daarmee ook dat hij in de te beoordelen periode in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde. Het college heeft ter zitting te kennen gegeven dat hij, in het geval van vernietiging van bestreden besluit 1, nader onderzoek wil doen naar het verblijf van appellant bij de vriend uit Vught. Het college krijgt deze gelegenheid niet. De Raad ervan uit dat appellant in juli 2020 zijn woonplaats als bedoeld in artikel 40, eerste lid, van de PW in Vught had en in augustus 2020 in 's-Hertogenbosch.
Rechters
Advocaten
- M.E.M. Jacquemard
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
