ECLI:NL:CRVB:2023:2076
Centrale Raad van Beroep · 31-10-2023 · zaaknummer 21/4183 PW
Inhoudsindicatie
De bezwaren zijn ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Appellant heeft aannemelijk gemaakt dat de gronden van bezwaar tijdig zijn ingediend. De gemachtigde van appellant heeft gesteld dat hij de brieven met de gronden van bezwaar op 30 december 2020 aan zijn zwager heeft meegegeven. In de verklaring van de zwager staat dat hij deze brieven op diezelfde dag in de brievenbus bij SZMH heeft gedaan. Anders dan het college kennelijk meent, is de verklaring van de zwager op zijn minst een begin van bewijs dat appellant de gronden van de bezwaren tijdig heeft ingediend. Deze verklaring is namelijk concreet, gedetailleerd en, anders dan het college stelt, verifieerbaar. Het college heeft met het datumstempel van 5 januari 2021 het begin van het door appellant geleverde bewijs niet weerlegd.
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
