ECLI:NL:CRVB:2023:199
Centrale Raad van Beroep · 26-01-2023 · zaaknummer 22 / 3371 WLZ
Inhoudsindicatie
De rechtbank heeft terecht overwogen dat verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij eerder dan in december 2019 een verzoek heeft ingediend om als gemoedsbezwaarde te worden ontheven van de verzekeringsplicht voor de Wlz. De Svb heeft de ontheffing daarom terecht met ingang van december 2019 verleend. Er bestaat geen grond voor het treffen van een voorlopige voorziening, zodat het verzoek daartoe zal worden afgewezen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
