ECLI:NL:CRVB:2023:1733
Centrale Raad van Beroep · 12-09-2023 · zaaknummer 22/2202 PW
Inhoudsindicatie
Afwijzing aanvragen om bijstand. Gezamenlijke huishouding met tante. Geen recht als alleenstaande. Geen strijd met fundamentele rechten en rechtsbeginselen. Gelet op verklaringen van appellante, heeft de rechtbank terecht vastgesteld dat appellante en haar tante een gezamenlijke huishouding voerden als bedoeld in artikel 3, derde lid, PW. Dat appellante in een onmachtige situatie verkeerde en zij noodgedwongen bij haar tante inwoonde, leidt niet tot een ander oordeel. De vraag of iemand een gezamenlijke huishouding voert moet namelijk worden beantwoord aan de hand van de objectieve criteria ‘gezamenlijk hoofdverblijf’ en ‘wederzijdse zorg’. Voor de vraag of een gezamenlijke huishouding wordt gevoerd zijn de aard van de relatie en de redenen waarom twee mensen gezamenlijk hoofverblijf hebben en elkaar wederzijdse zorg verlenen dus niet van belang. Het beroep op de artikelen 8 en 14 EVRM, artikel 1 EP en het evenredigheidsbeginsel slaagt niet.
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
