ECLI:NL:CRVB:2023:1407
Centrale Raad van Beroep · 20-07-2023 · zaaknummer 21/2146 WAO
Inhoudsindicatie
Bevestiging oordeel rechtbank dat het standpunt van Uwv, dat appellante arbeid heeft verricht en daaruit inkomsten heeft genoten terwijl zij een WAO-uitkering had, op een voldoende feitelijke grondslag berust. Anticumulatie inkomsten op de WAO-uitkering, onder toepassing artikel 44 van de WAO. Appellante heeft niet aannemelijk gemaakt dat sprake was van dwang en anderen misbruik hebben gemaakt van haar psychische gesteldheid. Geen sprake van dringende redenen om geheel of gedeeltelijk af te zien van terugvordering.
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
