ECLI:NL:CRVB:2022:974
Centrale Raad van Beroep · 28-04-2022 · zaaknummer 21/1246 WIA
Inhoudsindicatie
Terecht geweigerd WIA-uitkering toe te kennen. In hoger beroep heeft appellant verwezen naar de gronden die hij in beroep heeft ingediend en in hoger beroep afgezien om nadere gronden in te dienen. Met de rechtbank wordt geoordeeld dat geen aanleiding bestaat om te twijfelen aan de juistheid van het bestreden besluit. De overwegingen die aan het oordeel van de rechtbank ten grondslag liggen worden geheel onderschreven. Daaraan wordt toegevoegd dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep in het rapport van 20 april 2020 op een inzichtelijke wijze uiteen heeft gezet dat het duidelijk is dat appellant chronische klachten heeft die zijn fysieke functioneren in lichte mate hinderen. Hiermee is volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep in de FML voldoende rekening gehouden. Appellant heeft geen medische gegevens overgelegd die kunnen leiden tot twijfel aan de bevindingen van de verzekeringsarts bezwaar en beroep.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
