Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:CRVB:2022:960

Centrale Raad van Beroep · 28-04-2022 · zaaknummer 19/1785 WIA

Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtGepubliceerd 09-05-2022
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Niet in geschil is dat appellante volledig arbeidsongeschikt is. De vraag in deze zaak is of de arbeidsongeschiktheid van appellante op de datum in geding, 13 november 2017, moet worden geacht volledig en duurzaam te zijn, zodat appellante op grond van artikel 47 van de Wet WIA recht heeft op een IVA- in plaats van een WGA-uitkering. In navolging van de rechtbank wordt geoordeeld dat geen aanknopingspunten zijn voor het standpunt dat het medisch onderzoek op onzorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden. Er is geen reden aanwezig om aan te nemen dat sprake is van schending van het beginsel van equality of arms. De stelling van appellante dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de beperkingen heeft onderschat en dat niet alle klachten van appellante zijn onderkend, wordt niet gevolgd. Over de duurzaamheid van de arbeidsongeschiktheid oordeelt de Raad als volgt. De verzekeringsarts heeft voldoende onderbouwd dat destijds op 13 november 2017 de verwachting ten aanzien van de verbetering van de belastbaarheid in het komende jaar redelijk tot goed is. Dat het door de verzekeringsartsen ingeschatte herstel niet heeft plaatsgevonden nadat appellante een multidisciplinair revalidatietraject heeft doorlopen, vormt op zichzelf geen grond om aan te nemen dat de verwachting van de verzekeringsarts bezwaar en beroep, zoals die bestond ten tijde van de datum in geding, voor onjuist moet worden gehouden. Het Uwv heeft dus terecht het standpunt ingenomen dat de volledige arbeidsongeschiktheid op 28 mei 2018 nog niet duurzaam was. Uit het vorenstaande volgt dat het Uwv appellante met ingang van 13 november 2017 terecht niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt heeft geacht. Dit betekent dat het Uwv appellante terecht niet in aanmerking heeft gebracht voor een IVA-uitkering. Het Uwv heeft eerst in hoger beroep met de rapporten van de verzekeringsarts bezwaar en beroep, de FML met de duurzaam geachte beperkingen van 29 oktober 2020 en het rapport van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep van 3 november 2020 het bestreden besluit deugdelijk gemotiveerd. Dat betekent dat het bestreden besluit niet berust op een deugdelijke motivering zoals artikel 7:12, eerste lid, van de Awb vereist. Deze schending van artikel 7:12 van de Awb wordt met toepassing van artikel 6:22 van de Awb gepasseerd, omdat aannemelijk is dat belanghebbenden door deze schending niet zijn benadeeld. In de toepassing van artikel 6:22 van de Awb wordt aanleiding gezien het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellante in beroep en in hoger beroep.

Rechters

Advocaten

  • G.J.E. Schoofs

Partijen

  • [appellante]

    appellante · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.