ECLI:NL:CRVB:2022:944
Centrale Raad van Beroep · 21-04-2022 · zaaknummer 21/3444 WIA
Inhoudsindicatie
In geschil is allereerst de vraag of het Uwv de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant in de zin van de Wet WIA terecht met ingang van 1 maart 2019 heeft vastgesteld op minder dan 35%. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak terecht geoordeeld en overtuigend gemotiveerd dat het medisch onderzoek zorgvuldig is geweest en er geen aanleiding bestaat te twijfelen aan de juistheid van de door de verzekeringsarts bezwaar en beroep aangenomen belastbaarheid van appellant per 1 maart 2019. De overwegingen van de rechtbank worden onderschreven. De door appellant in hoger beroep ingebrachte brief van zijn behandelend psychiater van 20 juli 2021 geeft geen aanleiding voor een ander oordeel. Voor zover appellant heeft gesteld dat het ziektebeeld, dat heeft geleid tot de volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid per 1 oktober 2019, reeds per 1 maart 2019 aanwezig was, wordt hij daarin niet gevolgd. Appellant heeft in hoger beroep geen andere medische informatie ingebracht die aanknopingspunten biedt hem te volgen in zijn standpunt dat zijn beperkingen per 1 maart 2019 zijn onderschat. De rechtbank wordt ook gevolgd in het oordeel dat het Uwv voldoende heeft gemotiveerd dat de aan de schatting ten grondslag gelegde functies in medisch opzicht geschikt zijn voor appellant en hij per 1 maart 2019 voor minder dan 35% arbeidsongeschikt is geacht. Appellant heeft in hoger beroep geen arbeidskundige gronden ingediend. Gelet op het voorgaande bestaat er geen aanleiding appellant te volgen in zijn standpunt dat hij reeds per 1 maart 2019 volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is en per die datum in aanmerking moet worden gebracht voor een IVA-uitkering. Uit het nadere standpunt van het Uwv, beschreven onder 3. volgt dat het Uwv onvoldoende heeft onderbouwd dat het recht van appellant op WGA-uitkering per 1 september 2019 moet worden beëindigd. Het bestreden besluit is daarom in strijd met artikel 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) genomen. Het hoger beroep slaagt en de aangevallen uitspraak moet worden vernietigd. De Raad ziet voorts aanleiding met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Awb het besluit van 24 juni 2019 te herroepen voor zover de WGA-uitkering van appellant is beëindigd per 1 september 2019 en te bepalen dat appellant recht heeft op WGA-uitkering vanaf 1 september 2019 tot 1 oktober 2019. Het verzoek van appellant om een veroordeling tot het vergoeden van schade in de vorm van wettelijke rente over de WGA-loonaanvullingsuitkering die alsnog zal worden betaald over de periode van 1 september 2019 tot 1 oktober 2019, komt voor toewijzing in aanmerking. De Raad ziet aanleiding het Uwv veroordelen in de kosten die appellant in verband met bezwaar, beroep en hoger beroep heeft moeten maken.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
