ECLI:NL:CRVB:2022:889
Centrale Raad van Beroep · 14-04-2022 · zaaknummer 21/3064 ZW
Inhoudsindicatie
De medische gronden in hoger beroep zijn een herhaling van hetgeen appellant ook in bezwaar en beroep naar voren heeft gebracht. De rechtbank heeft deze gronden besproken en afdoende gemotiveerd waarom deze niet slagen. Appellant heeft niet onderbouwd waarom de rechtbank niet tot dit oordeel had kunnen komen. Evenmin heeft hij nieuwe gronden of nieuwe medische stukken ingediend. De Raad verwijst dan ook naar de overwegingen van de rechtbank en maakt deze tot de zijne. Met betrekking tot de grond van appellant dat hij niet lang kan zitten overweegt de Raad dat uit de brief van de fysiotherapeut van 18 augustus 2020, of uit enig ander medisch stuk, niet blijkt dat appellant op de datum in geding meer beperkt is dan is opgenomen in de FML. Appellant heeft in hoger beroep de arbeidskundige gronden van de beroepsprocedure herhaald en geen nieuwe gronden naar voren gebracht. De Raad ziet in hetgeen appellant heeft aangevoerd geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen en verwijst naar de overwegingen van de rechtbank. De overwegingen leiden tot de conclusie dat het hoger beroep niet slaagt en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
