ECLI:NL:CRVB:2022:859
Centrale Raad van Beroep · 14-04-2022 · zaaknummer 21/3891 WIA
Inhoudsindicatie
Bij brief van 11 november 2021 is aan mr. Lammerts verzocht binnen vier weken een schriftelijke machtiging als bedoeld in artikel 8:24, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) in te zenden. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep. Mr. Lammerts heeft deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan. Bij aangetekende brief van 13 december 2021 is mr. Lammerts nogmaals de gelegenheid geboden de verlangde machtiging in te zenden. Mr. Lammerts heeft ook deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan. Niet is gebleken van redenen die een verontschuldiging vormen voor dit verzuim. Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
