ECLI:NL:CRVB:2022:854
Centrale Raad van Beroep · 07-04-2022 · zaaknummer 21/2072 AW
Inhoudsindicatie
Verzoek om herziening en een verzoek om rectificatie. In deze zaak, die geen betrekking heeft op een uitspraak over een bestuurlijke boete, heeft verzoekster gesteld dat zij in augustus 2018 bekend is geworden met (het ontbreken van) de e-mailberichten van 9 maart 2015 en 3 juni 2015 en de brief van 14 juni 2018. Verzoekster heeft gesteld dat zij eerst nog heeft onderzocht waarom zij nog geen reactie had gekregen op een door haar ingediend bezwaarschrift van 24 maart 2015 bij de Belastingdienst en het belangrijk vond om daar eerst duidelijkheid over te verkrijgen. Op 29 januari 2021 heeft verzoekster die duidelijkheid gekregen, waarna zij op 9 maart 2021 het herzieningsverzoek heeft ingediend. Dit neemt niet weg dat verzoekster meer dan twee jaar heeft gewacht met het indienen van het herzieningsverzoek nadat zij met de gestelde nieuwe feiten bekend is geworden. Dit betekent dat het verzoek om herziening onredelijk laat is ingediend. Dat verzoekster geen juriste is, kan hieraan niet afdoen. Daarom zal het verzoek om herziening niet-ontvankelijk worden verklaard. Het verzoek van verzoekster om rectificatie van de uitspraak van 4 mei 2017 is afgewezen. Hiervan is verzoekster heden apart in kennis gesteld.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verzoekster]
verzoekster · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
