ECLI:NL:CRVB:2022:841
Centrale Raad van Beroep · 11-04-2022 · zaaknummer 18/2754 WAO
Inhoudsindicatie
Het besluit van 9 juni 2021 wordt, gelet op de artikelen 6:19 en 6:24 van de Awb, mede in de beoordeling betrokken. Appellant heeft voldoende procesbelang bij de beoordeling van zijn hoger beroep. Allereerst wordt geoordeeld dat de besluitvorming van het Uwv die aan de gewijzigde beslissing op bezwaar ten grondslag ligt zorgvuldig is. Jurisprudentie met betrekking tot laattijdige aanvraag. Hieruit volgt dat het aan appellant is om aannemelijk te maken dat zijn eerste arbeidsongeschiktheidsdag 1 januari 1988 was. Appellant is hier niet in geslaagd. Van vergelijkbare gevallen als bedoeld in de onder 3.1 aangehaalde uitspraken van 2014, 2010 en 2004 is geen sprake. Uit de overwegingen volgt dat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar en de daaraan ten grondslag liggende rapporten op zorgvuldige wijze en toereikend heeft gemotiveerd dat er geen aanleiding is om uit te gaan van een eerdere eerste arbeidsongeschiktheidsdag dan 29 augustus 1988. Hieruit volgt dat het beroep tegen de gewijzigde beslissing op bezwaar van 9 juni 2021 ongegrond zal worden verklaard. Aanleiding bestaat om het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellant, aangezien de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit vernietigd worden.
Advocaten
- G.A. Vermeijden
- H.M.J. van den Hurk
- M.K.A. van Slagmaat
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
