ECLI:NL:CRVB:2022:836
Centrale Raad van Beroep · 11-04-2022 · zaaknummer 21/315 ZW
Inhoudsindicatie
In geschil is of het Uwv terecht heeft geweigerd om aan appellante per 6 mei 2020 een ZW-uitkering toe te kennen. Wat appellante in hoger beroep heeft aangevoerd is in essentie een herhaling van de gronden die zij bij de rechtbank heeft ingediend en vormt geen aanleiding om anders te oordelen dan de rechtbank heeft gedaan. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak terecht geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig is geweest en dat er geen aanleiding bestaat voor twijfel aan de juistheid van het oordeel van de verzekeringsarts dat appellante in ieder geval geschikt is voor de eerdere geselecteerde functie van medewerker intern transport. De overwegingen waarop het oordeel van de rechtbank berust, worden onderschreven. Daar wordt aan toegevoegd dat appellante in hoger beroep niet met medische gegevens heeft onderbouwd dat zij in verband met een verergering van haar psychische klachten zwaarder beperkt is dan is aangenomen waardoor zij niet in staat is de functie van medewerker intern transport te vervullen. De overwegingen hiervoor leiden tot de conclusie dat het hoger beroep niet slaagt en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
