ECLI:NL:CRVB:2022:825
Centrale Raad van Beroep · 14-04-2022 · zaaknummer 21/1489 AW
Inhoudsindicatie
Ontslag ten onrechte gegeven. Niet aannemelijk is geworden dat betrokkene zich schuldig heeft gemaakt aan examenfraude. Dat het antwoord van de betreffende leerling zonder enige twijfel fout was, heeft de stichting niet aannemelijk gemaakt. De discussie tussen de directe collega en betrokkene en het overleg dat zij vervolgens hebben gezocht met andere collega’s geeft er juist blijk van dat er twijfel was of de vraag op tweeërlei wijze uitgelegd kon worden. Verder is evenmin aannemelijk dat op het moment dat betrokkene op de computer in de lerarenkamer op de verzendknop in het systeem van Facet drukte de directe collega het niet eens was met het handelen van betrokkene. De subsidiaire ontslaggrond houdt evenmin stand. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de situatie die volgde op het ontslagbesluit en de proceshouding van betrokkene geen onderdeel kunnen uitmaken van het feitencomplex waarop het ontslagbesluit is gebaseerd. Daarmee kan de vertrouwensbreuk enkel zijn gebaseerd op wat op 21 juni 2019 is voorgevallen. De Raad komt niet tot de conclusie dat sprake is van een vertrouwensbreuk.
Advocaten
- H.A.A. Berendsen
- M. Hille Ris Lambers
- M.R.A. Dekker
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
