Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:CRVB:2022:811

Centrale Raad van Beroep · 07-04-2022 · zaaknummer 20/1958 ZVW

Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtGepubliceerd 13-04-2022
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Vaststelling buitenlandbijdrage over gehele wereldinkomen, informatieverplichting Vo 883/2004, omissie CAK, geen aanleiding tot maximering buitenlandbijdrage tot Nederlands jaarinkomen. Niet is in geschil dat CAK de buitenlandbijdrage aan appellant over 2016 naar nationaal recht correct heeft vastgesteld. Appellant heeft aangevoerd dat CAK de in Vo 883/2004 neergelegde informatieverplichting heeft geschonden en dat daaraan de consequentie moet worden verbonden dat CAK jegens appellant de in Vo. 1408/71 opgenomen maximering van de buitenlandbijdrage moet blijven toepassen. Deze beroepsgrond slaagt niet. Hoewel artikel 87, elfde lid, van Vo 883/2004 zich richt tot de lidstaten en niet rechtstreeks aan de betrokken burgers een recht toekent om geïnformeerd te worden, is de Raad met appellant van oordeel dat de bedoeling van deze bepaling is dat de burgers wie het aangaat worden geïnformeerd over de wijzigingen in hun rechten en verplichtingen die het gevolg zijn van de inwerkingtreding van Vo 883/2004 en de bijbehorende toepassingsverordening. Na de inwerkingtreding van Vo 883/2004 op 1 mei 2010 heeft CAK aanvankelijk niet onderkend dat op grond van artikel 30 van Vo 883/2004 niet langer de maximering van de buitenlandbijdrage tot het bedrag van het Nederlandse pensioen gold. Pas vanaf het zorgjaar 2016 heeft CAK deze maximering van de buitenlandbijdrage niet langer toegepast. Niet in geschil is dat CAK appellant, afgezien van een minieme wijziging in de standaardtekstblokken in de toelichting bij de besluiten, niet heeft geïnformeerd over het feit dat CAK vanaf het zorgjaar 2016 de maximering van de buitenlandbijdrage tot het bruto Nederlandse pensioen niet langer zou toepassen. De Raad kan dan ook begrijpen dat appellant door het besluit van 15 juni 2018 onaangenaam verrast was en zich overvallen voelde. Dit doet er echter niet aan af dat CAK gehouden was de buitenlandbijdrage met toepassing van de dwingendrechtelijke regelgeving vast te stellen. Daarbij is van belang dat Vo 883/2004 zelf geen gevolgen verbindt aan het niet nakomen van de in artikel 87, elfde lid, van die verordening neergelegde informatieverplichting. Nu CAK de buitenlandbijdrage over zorgjaren in het verleden ongemoeid heeft gelaten en bij de voorlopige vaststelling van de buitenlandbijdrage over 2016 niet heeft vermeld dat een maximering tot het Nederland bruto pensioen bedrag gold, is de Raad van oordeel dat de omissie van CAK niet zodanig zwaarwegend is dat daaraan voor wat betreft het bestreden besluit consequenties zouden moeten worden verbonden. Appellant voldoet verder niet aan de in artikel 87, achtste lid, van Vo 883/2004 gestelde voorwaarde, zodat het in deze bepaling geregelde overgangsrecht niet op hem van toepassing is.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [appellant]

    appellant · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.