ECLI:NL:CRVB:2022:801
Centrale Raad van Beroep · 31-03-2022 · zaaknummer 21/3074 AOW
Inhoudsindicatie
Bij brief van 22 april 2020 heeft de rechtbank vastgesteld dat het griffierecht niet (tijdig) is betaald. Daarbij is appellant in de gelegenheid gesteld om aan te tonen dat het griffierecht wel binnen de termijn is betaald, of dat het niet (tijdig) betalen hem niet kan worden aangerekend. Appellant heeft op deze brief geen inhoudelijke reactie gegeven. Appellant heeft in hoger beroep geen gronden aangevoerd die zien op de te late betaling van het griffierecht in beroep. Op grond van de beschikbare gegevens kan redelijkerwijs niet worden geoordeeld dat appellant in beroep niet in verzuim is geweest. Hieruit volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
