ECLI:NL:CRVB:2022:8
Centrale Raad van Beroep · 03-01-2022 · zaaknummer 21/357 ZW
Inhoudsindicatie
De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat (alleen) de vraag voorligt of appellant per 28 november 2018 geschikt is voor zijn eigen werk en dat een beoordeling per 4 maart 2019 niet aan de orde is. Op basis van de uit de stukken blijkende feiten en omstandigheden moet het ervoor worden gehouden dat de detacheringsovereenkomst per 9 november 2018 stilzwijgend is geëindigd. Appellant heeft zich op 20 december 2018 met terugwerkende kracht ziekgemeld per 28 november 2018. De rechtbank heeft met juistheid geoordeeld dat daarmee sprake is van een laattijdige ziekmelding en dat volgens vaste rechtspraak het risico dat de medische situatie niet meer met zekerheid is vast te stellen in zo'n geval bij de aanvrager ligt (zie bijvoorbeeld ECLI:NL:CRVB:2015:4779). Hieruit volgt dat het aan appellant is om, met medisch objectiveerbare stukken, aannemelijk te maken dat hij op 28 november 2018 arbeidsongeschikt was. Appellant is hierin niet geslaagd. De gronden die appellant in hoger beroep heeft aangevoerd zijn in essentie een herhaling van wat hij in beroep heeft aangevoerd. Met de rechtbank wordt geoordeeld dat het onderzoek van het Uwv zorgvuldig is geweest en dat er geen aanleiding is voor twijfel aan de juistheid van de medische beoordeling door het Uwv. De rechtbank heeft de beroepsgronden van appellant afdoende besproken en met juistheid geoordeeld dat de desbetreffende gronden niet slagen. De overwegingen die aan het oordeel van de rechtbank ten grondslag liggen worden geheel onderschreven. In een rapport van 19 oktober 2021 heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep toegelicht waarom de informatie van 1 mei 2019 (in hoger beroep ingebracht) en van 20 december 2019 (in beroep ingebracht) van de senior psychiatrisch verpleegkundige van Mindfit geen aanleiding geeft om het standpunt te herzien. Er is geen aanleiding dit inzichtelijk gemotiveerde standpunt van de verzekeringsarts bezwaar en beroep niet te onderschrijven. Tot slot wordt appellant niet gevolgd in zijn stelling dat uit het feit dat hij in oktober 2018 twee gesprekken heeft gehad met een psychosociaal werkster van [naam bedrijf] afgeleid kan worden dat hij al vóór de datum in geding van 28 november 2018 psychische klachten had. Uit de stukken kan slechts worden afgeleid dat die gesprekken hebben plaatsgevonden, maar niet wat daarin aan de orde is geweest. De overwegingen leiden tot de conclusie dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
