ECLI:NL:CRVB:2022:765
Centrale Raad van Beroep · 29-03-2022 · zaaknummer 20/3196 WIA
Inhoudsindicatie
In geschil is de vraag of het Uwv de WGA-vervolguitkering van appellant terecht met ingang van 19 november 2018 heeft beëindigd omdat de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant in de zin van de Wet WIA op minder dan 35% is vastgesteld. Herbeoordeling. De rechtbank heeft met juistheid verwezen naar het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 6 januari 2020 waarin deze arts naar voren heeft gebracht dat met de in de FML aangenomen beperkingen voldoende rekening is gehouden met de persoonlijkheidsstoornis van appellant en zijn stress-gerelateerde klachten. De Raad heeft geen aanknopingspunten voor de conclusie dat dit niet juist is. Appellant heeft niet geconcretiseerd of onderbouwd op welke beoordelingspunten hij ook beperkt dan wel verdergaand beperkt zou moeten zijn. De rechtbank wordt gevolgd in haar oordeel dat de geselecteerde voorbeeldfuncties voor appellant geschikt zijn. Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
