ECLI:NL:CRVB:2022:739
Centrale Raad van Beroep · 31-03-2022 · zaaknummer 21/2600 WIA
Inhoudsindicatie
Wat appellante in hoger beroep heeft aangevoerd is in essentie een herhaling van de gronden die zij bij de rechtbank heeft ingediend en vormt geen aanleiding om anders te oordelen dan de rechtbank heeft gedaan. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak terecht geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig is geweest en dat er geen aanleiding bestaat voor twijfel aan de juistheid van de door de verzekeringsarts aangenomen belastbaarheid van appellante. De overwegingen waarop het oordeel van de rechtbank berust, worden onderschreven. Appellante wordt niet gevolgd in haar standpunt dat haar hand- en polsklachten zijn onderschat. Appellante heeft ook in hoger beroep niet onderbouwd dat er op de datum in geding wel een noodzaak bestond voor een operatie aan haar linkerhand. Appellante kan evenmin gevolgd worden in het standpunt dat haar psychische beperkingen door het Uwv zijn onderschat. Verder kan uit de informatie van Reade (Centrum voor revalidatie en reumatologie) van 9 september 2019 evenmin worden afgeleid dat de psychische beperkingen zijn onderschat. Ook in hoger beroep heeft appellante niet onderbouwd dat zij op de datum in geding wel onder psychische behandeling stond. Nu appellante ook in hoger beroep geen objectief medische informatie heeft ingebracht die aanleiding geven voor het oordeel dat de beperkingen van appellante op de datum in geding, zijnde 22 januari 2020, zijn onderschat, wordt de aangevallen uitspraak bevestigd.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
