ECLI:NL:CRVB:2022:734
Centrale Raad van Beroep · 24-03-2022 · zaaknummer 19/4762 WIA
Inhoudsindicatie
In geschil is de vraag of het Uwv de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant in de zin van de Wet WIA terecht met ingang van 19 november 2018 heeft vastgesteld op minder dan 35% en terecht heeft geweigerd aan appellant een WIA-uitkering toe te kennen. Met de rechtbank wordt geoordeeld dat er geen aanleiding is om te twijfelen aan de juistheid van de medische beoordeling. De overwegingen van de rechtbank die tot dit oordeel hebben geleid, worden onderschreven. De arts heeft een FML opgesteld, waarin zowel rekening is gehouden met de psychische klachten als met de lichamelijke klachten van appellant. Zij heeft in haar verschillende rapporten overtuigend gemotiveerd dat, gelet op de bevindingen van de primaire arts en de revalidatiearts, de beschikbare medische informatie en het functioneren van appellant in zijn dagelijks leven, geen objectief medische grondslag bestaat om verdergaande beperkingen vast te stellen. De brief van de gezondheidspsycholoog van 29 november 2021 leidt niet tot een ander oordeel. De rechtbank wordt ook gevolgd in haar oordeel dat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep voldoende heeft gemotiveerd dat de geselecteerde functies passen binnen de bij appellant vastgestelde beperkingen. Uit de overwegingen volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
