ECLI:NL:CRVB:2022:704
Centrale Raad van Beroep · 22-03-2022 · zaaknummer 18/3689 ZW
Inhoudsindicatie
Vastgesteld wordt dat het Uwv met de nieuwe beslissing op bezwaar van 15 november 2021 alsnog volledig aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen. Hierdoor bestaat er feitelijk geen geschil meer tussen partijen. Dat brengt mee dat, nu appellante het hoger beroep niet heeft ingetrokken, het hoger beroep van appellante door het ontbreken van een procesbelang niet-ontvankelijk wordt verklaard. Omdat het Uwv appellante na het instellen van beroep en hoger beroep tegemoet is gekomen, bestaat aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante redelijkerwijs heeft moeten maken. Aanleiding bestaat om het Uwv te veroordelen in de proceskosten voor verleende rechtsbijstand in het tweede beroep en in hoger beroep. Appellante heeft voorts verzocht om vergoeding van de kosten voor het inschakelen van een medisch adviseur. Dit verzoek wordt afgewezen omdat appellante geen specificatie van de kosten heeft overgelegd. Het verzoek om het Uwv te veroordelen tot vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering wordt toegewezen. De redelijke termijn is in deze zaak met ruim twee jaar en ruim zes maanden overschreden en geheel aan de bestuursrechter toe te rekenen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
