ECLI:NL:CRVB:2022:691
Centrale Raad van Beroep · 16-03-2022 · zaaknummer 19/5076 WIA
Inhoudsindicatie
Artikel 40, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv), eigenrisicodrager. De Wet verbetering hybride markt WGA. Overgang van onderneming. Publieke staartlasten. De Verzamelwet SZW 2019. Niet in geschil is dat de overgang van [Naam B.V. 2] en [Naam B.V. 3] naar [Naam B.V. 1] per 3 januari 2018 een overgang is als bedoeld in artikel 7:662 van het BW. Evenmin in geschil is dat [Naam B.V. 1] tot 1 januari 2018 geen werknemers in dienst had en met het oog op deze overgang per 1 januari 2018 als nieuwe werkgever het WGA-eigenrisicodragerschap heeft verkregen. Het lijdt daarmee geen twijfel dat materieel sprake is van een in verband met de overgang nieuw verkregen, en voorafgaand aan die overgang dus nog niet feitelijk functionerend eigenrisicodragerschap. De Raad kan daarom niet anders concluderen dan dat de onder 4.9 beschreven, door het Uwv gehanteerde uitvoeringspraktijk ook in dit geval had behoren te worden toegepast. Dat de daadwerkelijke fusie door een samenloop van omstandigheden met een minimaal tijdsverschil van twee dagen na de verkrijging van het eigenrisicodragerschap zijn beslag heeft gekregen, is immers enkel een formeel gebrek en maakt niet dat [Naam B.V. 1] voorafgaand aan de fusie op 3 januari 2018 al op enigerlei wijze als daadwerkelijk bestaande eigenrisicodrager opereerde. De rechtsvraag die in deze zaak voorligt is niet de vraag of [Naam B.V. 1] in dit verband verwijtbaar heeft gehandeld, maar de vraag of sprake is van een overgang van publieke verzekeringen naar een nieuw, niet eerder bestaand eigenrisicodragerschap. Zoals gezegd beantwoordt de Raad die laatste vraag bevestigend. Het overwogene betekent dat de hoger beroepen van [Naam B.V. 1] slagen. De Raad zal de aangevallen uitspraken 1 en 3 vernietigen. De bestreden besluiten 1 en 2 en de bestreden besluiten 4 tot en met 7 komen eveneens voor vernietiging in aanmerking. De Raad zal zelf in de zaak voorzien en de besluiten 1 tot en met 3 en de besluiten 5 tot en met 8 herroepen. Het hoger beroep van het Uwv tegen aangevallen uitspraak 2 slaagt niet. Het overwogene onder 4.8 tot en met 4.11 in aanmerking genomen heeft de rechtbank terecht bestreden besluit 3 vernietigd en besluit 4 herroepen. Wel heeft de rechtbank ten onrechte aangenomen dat [Naam B.V. 1] het risico droeg van de WGA-verzekering van [naam 33]. De Raad komt daarmee niet toe aan wat het Uwv in hoger beroep tegen aangevallen uitspraak 2 heeft aangevoerd. De Raad zal deze uitspraak bevestigen met verbetering van gronden. De Raad gaat er daarbij van uit dat het Uwv, gezien de uitkomst van deze zaak, het toerekeningsbesluit van 17 oktober 2019 betreffende [naam 29] zal intrekken. Er is aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten van [Naam B.V. 1] in bezwaar, in beroep en in hoger beroep.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
