ECLI:NL:CRVB:2022:676
Centrale Raad van Beroep · 17-03-2022 · zaaknummer 20/4184 AOW
Inhoudsindicatie
De Raad volgt de Svb in zijn standpunt dat er onvoldoende gegevens voorhanden zijn om een periode af te bakenen waarin appellant in 1995 zijn arbeid tijdelijk heeft onderbroken wegens ziekte, die zou leiden tot meer verzekerde jaren voor de AOW dan door de Svb is aangenomen. Zelfs al zou worden aangeknoopt bij het laatste gedingstuk uit 1995 – een brief van een fysiotherapeut van 27 februari 1995, die niet per se duidt op een onderbreking van de arbeid wegens ziekte – dan zou deze datum niet leiden tot meer verzekerde jaren, aldus de Svb ter zitting. De Svb heeft appellant terecht afgerond vier jaar verzekerd geacht voor de AOW. Dit heeft geleid tot een korting op het ouderdomspensioen van 92%. Dit betekent dat appellant recht heeft op een AOW-pensioen van 8% van het maximale ouderdomspensioen voor een gehuwde. Dat appellant van dit bedrag niet kan rondkomen, kan hier niet aan afdoen en kan ook niet verwacht worden bij een ouderdomsverzekering van vier jaren. Uit de overwegingen volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
