Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:CRVB:2022:664

Centrale Raad van Beroep · 17-03-2022 · zaaknummer 18/4438 WIA

Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtGepubliceerd 29-03-2022
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

In geschil is in de eerst plaats of het Uwv terecht appellante met ingang van 6 maart 2017 een WIA-uitkering heeft geweigerd omdat zij geschikt is voor de maatgevende arbeid en op grond hiervan niet arbeidsongeschikt wordt geacht in het kader van de Wet WIA. Tussen partijen is daarbij in het bijzonder in geschil de belastbaarheid van appellante, vastgelegd in de FML van 16 januari 2018. Ter zitting van de Raad heeft appellante de beschrijving door de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep van de werkzaamheden in de maatgevende arbeid onderschreven. Er is twijfel ontstaan over het standpunt van de verzekeringsarts bezwaar en beroep over de belastbaarheid van appellante, gelet op de in dit dossier beschikbare gegevens van de behandelend sector. Teneinde vast te stellen welke objectiveerbare beperkingen en mogelijkheden er op de datum in geding bestonden heeft de Raad verzekeringsarts Rammeloo en psychiater Nieuwdorp als deskundigen benoemd en verzocht een onderzoek te verrichten. Ten aanzien van de belastbaarheid hebben de deskundigen geconcludeerd dat er benutbare mogelijkheden zijn. Op grond van de gestelde diagnoses en de bevindingen bij het onderzoek kunnen de beperkingen die door de verzekeringsarts bezwaar en beroep zijn aangenomen als juist en voldoende passend worden gezien. Er is geen aanleiding om meer of zwaardere beperkingen aan te nemen dan door de verzekeringsarts bezwaar en beroep is gedaan, zoals deze zijn weergegeven in de FML van 16 januari 2018. Als uitgangspunt geldt dat de bestuursrechter de conclusies van een onafhankelijke, door hem ingeschakelde deskundige kan volgens als de door deze deskundige gegeven motivering hem overtuigend voorkomt. Deze situatie doet zich hier voor. Het Uwv heeft derhalve bij de beoordeling van de arbeidsmogelijkheden van appellante terecht de FML van 16 januari 2018 als uitgangspunt genomen. De rechtbank wordt gevolgd in haar oordeel dat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep in zijn rapport van 13 februari 2018 inzichtelijk heeft gemotiveerd dat, uitgaande van de vastgestelde beperkingen, appellante de werkzaamheden kan verrichten die verbonden zijn aan de maatgevende arbeid van magazijnmedewerker. Nu appellante op de datum in geding, 6 maart 2017, geschikt is voor de maatgevende arbeid is zij niet arbeidsongeschikt in de zin van de Wet WIA en is terecht met ingang van die datum een WIA-uitkering geweigerd. Hieruit volgt dat het hoger beroep niet slaag. De aangevallen uitspraak zal, voor zover aangevochten, worden bevestigd.

Partijen

  • [appellante]

    appellante · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.