ECLI:NL:CRVB:2022:663
Centrale Raad van Beroep · 17-03-2022 · zaaknummer 18/2141 WIA
Inhoudsindicatie
Namens appellante zijn de hoger beroepen ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissingen op bezwaar van 4 juni 2021 volledig aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen. Omdat hiermee aan appellante is tegemoetgekomen, ziet de Raad aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het bezwaar (in 19/4550), de beroepen en de hoger beroepen redelijkerwijs heeft moeten maken. Redelijke termijn. In dit geval is het tegemoetkomend besluit op 4 juni 2021 aan appellante bekendgemaakt. De redelijke termijn is met ruim een jaar en negen maanden overschreden. Dit betekent dat in de bestuurlijke fase de redelijke termijn met bijna acht maanden is overschreden. Verder is sprake van een te lange behandelingsduur in de rechterlijke fase nu deze vanaf de ontvangst van het beroepschrift in zaak 18/2141 op 13 oktober 2016 tot 4 juni 2021 bijna vier jaar en acht maanden heeft geduurd. Verder is aanleiding om de Staat en het Uwv te veroordelen in de proceskosten van betrokkene in hoger beroep in verband met de overschrijding van de redelijke termijn. Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
