Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:CRVB:2022:662

Centrale Raad van Beroep · 17-03-2022 · zaaknummer 18/1994 WIA

Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtGepubliceerd 29-03-2022
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Het rapport van de deskundige geeft blijk van een zorgvuldig onderzoek. In dit geval doet zich ten aanzien van beoordelingspunt 2.7 (eigen gevoelens uiten) een bijzondere omstandigheid voor op grond waarvan het advies van de deskundige niet wordt gevolgd. Dergelijke uitingen heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep niet waargenomen, noch zijn die beschreven of gezien door de deskundige. De motivering van de verzekeringsarts bezwaar en beroep is overtuigd en wordt gevolgd. Dat betekent dat voor een beperking op het beoordelingspunt 2.7 geen aanleiding bestaat. In het rapport van 16 november 2016 heeft de arts bezwaar en beroep aan de hand van de standaard Duurbelasting in Arbeid een uitvoerige motivering gegeven. Deze conclusie is voldoende onderbouwd en wordt gevolgd. Uit het rapport van de deskundige blijkt evenmin van medische gegevens waaruit zou kunnen blijken dat de energetische klachten van destijds onjuist zijn ingeschat. Wat betreft de datum 19 september 2017 heeft het Uwv vanwege de behandelingen van appellante reeds een urenbeperking aangenomen van vier uur per dag en twintig uur per week. Niet gebleken is dat met deze beperking de medische situatie van appellante is onderschat. Voor zover appellante meent dat zij reeds eerder dan 19 september 2017 toegenomen beperkingen had wordt zij hierin niet gevolgd. De (verzekerings)artsen van het Uwv hebben deze toename terecht gekoppeld aan het startmoment van de behandeling. Ook de stellingen van appellante over haar fysieke beperkingen treffen geen doel. Het Uwv wordt ook gevolgd in het standpunt dat de aan de bestreden besluiten 1 en 2 ten grondslag gelegde functies voor appellante geschikt zijn. Zaak 18/1994. De redelijke termijn is met een jaar en ongeveer zeven maanden overschreden, alleen in de rechterlijke fase. Zaak 20/401. De redelijke termijn is met ruim twee maanden overschreden. in de rechterlijke fase. Voor een veroordeling van het Uwv in de proceskosten bestaat geen aanleiding. In verband met het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn bestaat er aanleiding de Staat te veroordelen in de proceskosten van appellante ter zake van dat verzoek.

Rechters

Advocaten

Partijen

  • [appellante]

    appellante · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.