ECLI:NL:CRVB:2022:658
Centrale Raad van Beroep · 17-03-2022 · zaaknummer 20/2206 ANW
Inhoudsindicatie
Ter zitting is duidelijk geworden dat niet [naam kind 1], maar de tweede zoon van appellante, [naam kind 2], geboren [geboortedatum kind 2] 1985, als toeslagpartner van appellante kan worden aangemerkt. Appellante heeft dit niet nader bestreden. Omdat de verkeerde zoon als toeslagpartner is genoemd, is het bestreden besluit niet deugdelijk gemotiveerd en daarmee in strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb. Dit gebrek zal met toepassing van artikel 6:22 van de Awb worden gepasseerd, omdat aannemelijk is dat appellante door deze schending niet is benadeeld. In een geval als dit, waarin een vernietiging van een beslissing op bezwaar, met toepassing van artikel 8:113, tweede lid, van de Awb, leidt tot het opnieuw instellen van beroep, wordt de overschrijding van de redelijke termijn in beginsel volledig aan het bestuursorgaan toegerekend. Voor dit geval betekent dit het volgende. Vanaf de ontvangst op 22 januari 2015 van het bezwaarschrift van appellante tot de datum van deze uitspraak zijn afgerond zeven jaar en drie maanden verstreken. Gelet op het aandeel in de overschrijding van de gehele procedure komt 29/39 aandeel van € 3.000,- voor rekening van de Svb neer op een bedrag van € 2.230,-. Een bedrag van € 770,- komt voor rekening van de Staat. Uit 1.4 en 1.9 volgt dat er aanleiding is om de Svb, en voor een deel de Staat, te veroordelen in de proceskosten voor in beroep bij de Raad verleende rechtsbijstand.
Advocaten
- C.A.J. de Roy van Zuydewijn
- E. van den Bogaard
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
