ECLI:NL:CRVB:2022:633
Centrale Raad van Beroep · 10-03-2022 · zaaknummer 21/2300 WIA
Inhoudsindicatie
Niet in geschil is dat sprake is van toegenomen beperkingen die voortkomen uit dezelfde oorzaak als bedoeld in artikel 57 van de Wet WIA, binnen vijf jaar na 25 januari 2016. In geschil is of het Uwv, met inachtneming van deze toegenomen beperkingen, de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante terecht heeft vastgesteld op minder dan 35%. De rechtbank heeft met juistheid geoordeeld dat het medisch onderzoek door de betrokken verzekeringsartsen op een voldoende zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden. Het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen 7 tot en met 9 van de aangevallen uitspraak worden onderschreven. De rechtbank wordt ook gevolgd in haar oordeel over de juistheid van de medische beoordeling door het Uwv. Onderschreven wordt wat de rechtbank daarover in de overwegingen 10 tot en met 13 heeft overwogen. Daaraan wordt toegevoegd dat ook de door appellante ingeschakelde verzekeringsarts Van Amelsfoort niet tot de conclusie is gekomen dat appellante wegens het ontbreken van duurzaam benutbare mogelijkheden volledig arbeidsongeschikt is te achten. Uitgaande van de juistheid van de FML van 6 maart 2019 wordt met de rechtbank geoordeeld dat de functies die aan het bestreden besluit ten grondslag zijn gelegd, gelet op de aan deze functies verbonden belastende factoren, in medisch opzicht passend zijn voor appellante. Hieruit volgt dat het hoger beroep niet slaagt en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
