ECLI:NL:CRVB:2022:630
Centrale Raad van Beroep · 10-03-2022 · zaaknummer 20/1934 WAJONG
Inhoudsindicatie
Tussen partijen is in geschil of appellante arbeidsvermogen had op [geboortedatum] 2016, de dag dat zij achttien jaar is geworden. Het geschil spitst zich daarbij toe op de vraag of voldaan is aan de voorwaarde dat appellante niet ten minste vier uur per dag belastbaar is. Partijen zijn het met elkaar eens dat appellante lijdt aan FMF. Met een rapport van 11 oktober 2021 heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep een nadere toelichting gegeven. Met de in hoger beroep gegeven toelichting is duidelijk geworden dat appellante eens per maand een aanval van FMF heeft, waardoor zij enkele dagen niet belastbaar is. Niet kan worden vastgesteld dat de rug- en buikklachten die appellante op andere dagen ervaart, teruggevoerd kunnen worden op FMF. Verder kan het Uwv worden gevolgd in het standpunt dat het enkel ervaren van rug- en/of buikklachten niet betekent dat iemand dan volledig arbeidsongeschikt is. De stelling van appellante dat zij vaker last van aanvallen van FMF zal krijgen als zij weer arbeid moet verrichten, heeft zij niet onderbouwd. Dat dit blijkt uit het verleden is evenmin onderbouwd. Bovendien laten de vroegere activiteiten op school en in arbeid zich niet een op een vergelijken met het uitvoeren van de taak ‘invoeren van gegevens’. Hetzelfde geldt voor de huishoudelijke taken, waarvoor appellante hulp ontvangt in het kader van de WMO 2015. Deze zijn evenmin op een lijn te stellen met het invoeren van gegevens. Uit het voorgaande volgt dat appellante ten minste vier uur per dag belastbaar is en dat het te verwachten ziekteverzuim niet zodanig is dat moet worden uitgegaan van het ontbreken van arbeidsvermogen. Zoals in 4.3 beschreven kleefde aanvankelijk een motiveringsgebrek aan het bestreden besluit. Dit gebrek is in hoger beroep met het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 11 oktober 2021 hersteld en zal met toepassing van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) worden gepasseerd. Dit leidt ertoe dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak met verbetering van gronden zal worden bevestigd. De toepassing van artikel 6:22 van de Awb vormt aanleiding om het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellante.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
