ECLI:NL:CRVB:2022:629
Centrale Raad van Beroep · 10-03-2022 · zaaknummer 18/2002 WIA
Inhoudsindicatie
Als uitgangspunt geldt dat de bestuursrechter het oordeel van een onafhankelijke, door hem ingeschakelde deskundige volgt indien de door de deskundige gebezigde motivering hem overtuigend voorkomt. Deze situatie doet zich hier voor. Uit wat onder 5.3 en 5.4 is overwogen, vloeit voort dat het bestreden besluit niet berust op een deugdelijke medische grondslag en de rechtbank dit besluit terecht heeft vernietigd. Het hoger beroep van het Uwv slaagt niet en de aangevallen uitspraak zal worden bevestigd, met verbetering van gronden. Het Uwv dient opnieuw te beslissen op het bezwaar van betrokkene tegen het besluit van 19 september 2016 met inachtneming van onderhavige uitspraak. Vervolgens zal middels een nieuw arbeidskundig onderzoek moeten worden bezien welke gevolgen dit heeft voor de aanspraken van betrokkene op grond van de Wet WIA. Aanleiding bestaat om het Uwv te veroordelen in de proceskosten van betrokkene in verband met het hoger beroep van het Uwv. De redelijke termijn is met 17 maanden overschreden, zowel in de bestuurlijke als in de rechterlijke fase. Berekeningsmethode volgens vaste rechtspraak Hoge Raad. Aanleiding bestaat om de Staat en het Uwv beide voor de helft te veroordelen in de proceskosten van betrokkene in verband met het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Rechters
Advocaten
- M. van Beem
- M.H.J. van Geffen
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
