ECLI:NL:CRVB:2022:628
Centrale Raad van Beroep · 10-03-2022 · zaaknummer 21/887 WIA
Inhoudsindicatie
Namens appellant is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 9 juni 2021, gewijzigd bij brief van 25 augustus 2021, volledig aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen. Aangezien de rechtbank al een veroordeling in de proceskosten in eerste aanleg heeft uitgesproken staan de Raad nog slechts ter beoordeling de in hoger beroep gemaakte kosten. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.138,50 in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het hogerberoepschrift en een 0,5 punt voor een schriftelijke reactie). In de bijlage van het Bpb is een limitatieve opsomming gegeven van de procesbehandelingen, waarvoor een forfaitaire vergoeding kan worden toegewezen. In de vergoeding van de te betalen eigen bijdragen, zoals is verzocht, is daarbij niet voorzien. Deze kosten komen dan ook niet voor vergoeding in aanmerking. Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.
Rechters
Advocaten
- M.M.H. Lenaers
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
