ECLI:NL:CRVB:2022:619
Centrale Raad van Beroep · 09-03-2022 · zaaknummer 20/1377 WLZ
Inhoudsindicatie
De gronden van dit hoger beroep zijn identiek aan de gronden van het hoger beroep dat appellant heeft ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 26 februari 2020, 18/1490 over de verlening van het pgb voor het jaar 2017 (20/1376 WLZ). De Raad heeft bij uitspraak van heden geoordeeld dat de gronden van dat hoger beroep (20/1376 WLZ) niet slagen. De overwegingen die tot dit oordeel hebben geleid moeten hier als herhaald en ingelast worden beschouwd, met daarbij de aanvulling dat voor dit hoger beroep de voor het jaar 2018 in artikel 5.13, eerste lid, van de Rlz opgenomen bedragen gelden. Hieruit volgt dat ook de gronden van dit hoger beroep niet slagen. Uit wat hierboven is overwogen volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd en het verzoek om vergoeding van schade zal worden afgewezen.
Rechters
Advocaten
- J.C.E. Siebenga-Moggré
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
