ECLI:NL:CRVB:2022:611
Centrale Raad van Beroep · 17-03-2022 · zaaknummer 20/2207 ANW
Inhoudsindicatie
Voor een uitgebreide weergave van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de uitspraak van 13 december 2019. Hij voegt daar het volgende aan toe. Einddatum compensatie. Partijen zijn het er ter zitting over eens geworden dat de compensatie voor de verlaging van de nabestaandenuitkering moet eindigen op 31 december 2020. Dit betekent dat de Raad het beroep gegrond zal verklaren, het bestreden besluit voor wat betreft de einddatum van de compensatie zal vernietigen en de einddatum van de compensatie zal bepalen op 31 december 2020. De Svb zal daarbij worden veroordeeld in de proceskosten van appellante in beroep, zoals onder 1.8 nader is gespecificeerd. Schadevergoedingsverzoek. In een geval als dit, waarin een vernietiging van een beslissing op bezwaar, met toepassing van artikel 8:113, tweede lid, van de Awb, leidt tot het opnieuw instellen van beroep, wordt de overschrijding van de redelijke termijn in beginsel volledig aan het bestuursorgaan toegerekend. Echter, voor dit geval betekent dit het volgende. Vanaf de ontvangst op 22 januari 2015 van het bezwaarschrift van appellante tot de datum van deze uitspraak zijn afgerond zeven jaar en drie maanden verstreken. In de loop van de hele procedure is meer keren sprake geweest van een langere behandelingsduur bij een rechterlijke instantie dan gerechtvaardigd, te weten zes maanden voorafgaande aan het (nieuwe) bestreden besluit en vier maanden na het (nieuwe) bestreden besluit. Hierdoor komt een periode van tien maanden niet voor rekening van de Svb. Het onder 1.3 tot en met 1.6 overwogene leidt tot het oordeel dat zowel de Svb als de Staat dienen te worden veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade aan appellante, te weten € 2.230,- ten laste van de Svb en € 770,- ten laste van de Staat. Proceskosten. Uit het voorgaande volgt dat er aanleiding is om de Svb te veroordelen in de proceskosten voor in beroep bij de Raad verleende rechtsbijstand.
Advocaten
- C.A.J. de Roy van Zuydewijn
- E. van den Bogaard
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
