ECLI:NL:CRVB:2022:550
Centrale Raad van Beroep · 15-03-2022 · zaaknummer 21/295 PW
Inhoudsindicatie
Beroep niet tijdig beslissen. Geen dwangsom verschuldigd. Klacht kan niet worden aangemerkt als ingebrekestelling. De rechtbank heeft geoordeeld dat de brief moet worden aangemerkt als een verzoek om terug te komen van het besluit van 4 november 2015, dat de klacht moet worden aangemerkt als een ingebrekestelling, en dat het college tot op het moment van de aangevallen uitspraak niet heeft beslist op het verzoek. Dit betekent niet dat deze aspecten in hoger beroep niet meer aan de orde kunnen komen. De beslispunten of sprake is van een ingebrekestelling en of daarop tijdig is beslist zijn onlosmakelijk verbonden met de in hoger beroep voorliggende vraag of het college dwangsommen heeft verbeurd. Om die reden kan het college in hoger beroep ook op die aspecten verweer voeren. De vraag of het college dwangsommen heeft verbeurd ligt in volle omvang voor. Daarvan uitgaande is de Raad van oordeel dat het college geen dwangsommen heeft verbeurd. Dit is alleen al het geval omdat de klachtbrief – anders dan de rechtbank oordeelde – niet is te zien als een ingebrekestelling. Van een aanmaning aan het adres van het college om alsnog een besluit te nemen op het verzoek om terug te komen van het besluit van 4 november 2015 is geen sprake.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
