ECLI:NL:CRVB:2022:536
Centrale Raad van Beroep · 16-03-2022 · zaaknummer 20/1174 WLZ
Inhoudsindicatie
CAK heeft het bezwaar op grond van artikel 6:19 van de Awb ten onrechte mede gericht geacht tegen besluit 3. Partijen hebben hier namelijk onvoldoende belang bij. De beroepsgrond dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat appellante niet in aanmerking komt voor een vergoeding van de kosten in bezwaar slaagt, reeds omdat appellante in dit geval met de overgelegde stukken – te weten een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel, een polisblad van een beroepsaansprakelijkheids-verzekering, een factuur en een betaalbewijs daarvan – aannemelijk heeft gemaakt dat de door mr. Kreukniet verleende rechtsbijstand wel op zakelijke basis en beroepsmatig is verleend. Daarmee doet zich in dit geval een uitzondering voor op de in de aangevallen uitspraak verwoorde hoofdregel. Uit wat hiervoor is overwogen volgt reeds dat de aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd, zodat wat appellante verder in hoger beroep nog naar voren heeft gebracht geen bespreking meer hoeft. Voorts bestaat aanleiding CAK te veroordelen in de proceskosten van appellant in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
