Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:CRVB:2022:533

Centrale Raad van Beroep · 02-03-2022 · zaaknummer 21/256 WW

Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtGepubliceerd 16-03-2022
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Het gaat in dit geding om de vraag of het Uwv terecht de pensioeninkomsten van appellant in mindering heeft gebracht op zijn WW-uitkering. Het geschil spitst zich toe op de vraag of appellant valt onder de uitzondering van artikel 3:5, zevende lid, van het AIB, zoals die bepaling op dat moment luidde. Nu het hier gaat om een uitzondering op de hoofdregel dient deze bepaling, zoals het Uwv terecht heeft aangevoerd, restrictief te worden uitgelegd (zie bijvoorbeeld de uitspraken van de Raad van 29 oktober 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3504, en van 6 september 2017, ECLI:NL:CRVB: 2017:2863). Wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd geeft geen aanleiding om anders te oordelen dan de rechtbank heeft gedaan. Het oordeel van de rechtbank dat op grond van de toepasselijke regelgeving het pensioen van appellant in mindering moet worden gebracht op de WW-uitkering en de daaraan ten grondslag liggende overwegingen worden geheel onderschreven. Ter zitting heeft appellant gesteld dat hij op 30 juni 2009 zijn derde contract heeft getekend bij een nieuwe werkgever. Volgens appellant was er dan ook niet, zoals de rechtbank heeft geoordeeld, sprake van één werkgever. Appellant kan hierin niet worden gevolgd. Gesteld dat per 30 juni 2009 wel sprake zou zijn van een nieuwe werkgever dan kan dit niet leiden tot een andere conclusie over de korting van de door appellant ontvangen pensioenuitkeringen op zijn WW-uitkering. Ook in dat geval zou appellant geen pensioenuitkering hebben ontvangen voorafgaand aan het ontstaan van het dienstverband waaruit appellant werkloos is geworden als bedoeld in artikel 3:5, zevende lid, van het AIB. Immers het pensioen van de ASR is ingegaan per 1 mei 2014 en het pensioen van Allianz per 1 mei 2019, dus na 30 juni 2009. Dit betekent dat ook dan de uitzondering van artikel 3:5, zevende lid, van het AIB niet op appellant van toepassing zou zijn. De overwegingen leiden tot de conclusie dat het hoger beroep niet slaagt en de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, moet worden bevestigd.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [appellant]

    appellant · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.