ECLI:NL:CRVB:2022:514
Centrale Raad van Beroep · 25-02-2022 · zaaknummer 21/2348 AOW
Inhoudsindicatie
Tussen partijen is in geschil of appellant heeft aangetoond dat hij verzekerd is geweest voor de AOW. De Raad is met de Svb van oordeel dat aan de inschrijvingen bij het ziekenfonds niet het gewicht kan worden toegekend dat appellant daaraan toegekend wil zien. Bij gebreke van overige aanwijzingen voor een verblijf of werkzaamheden in Nederland, is de Raad van oordeel dat slechts sprake is van een verzekerde periode in de maand april 1989. Dit betekent dat appellant minder dan een jaar verzekerd is geweest voor de AOW. Ingevolge artikel 7 van de AOW kan appellant geen aanspraak maken op een ouderdomspensioen, omdat hij niet minimaal een kalenderjaar verzekerd is geweest (vgl. ECLI:NL:CRVB:2019:2812 en ECLI:NL:CRVB:2021:2032). Uit de overwegingen volgt dat appellant met de nu voorhanden zijnde stukken niet heeft aangetoond dat hij voldoende lang verzekerd is geweest voor de AOW. Dit betekent dat appellant geen recht heeft op een ouderdomspensioen. Hieruit volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
