ECLI:NL:CRVB:2022:488
Centrale Raad van Beroep · 24-02-2022 · zaaknummer 20/3246 WIA
Inhoudsindicatie
In geschil is de vraag of het Uwv de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant in de zin van de Wet WIA terecht met ingang van 14 augustus 2018 (datum in geding) heeft vastgesteld op minder dan 35% en terecht de WGA-uitkering van appellant heeft beëindigd. Wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, vormt geen aanleiding anders te oordelen dan de rechtbank heeft gedaan. Met de rechtbank wordt geoordeeld dat het onderzoek door het Uwv zorgvuldig is geweest en dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de belastbaarheid van appellant overtuigend heeft gemotiveerd. Ook wordt de verzekeringsarts bezwaar en beroep gevolgd in zijn overigens niet bestreden standpunt dat de overige in de in hoger beroep ingebrachte stukken vermelde klachten nieuw zijn en ruim na datum in geding zijn ontstaan. Deze klachten kunnen dan ook niet bij de beoordeling per datum in geding worden betrokken. Ook wordt de rechtbank gevolgd in haar oordeel dat het Uwv voldoende heeft gemotiveerd dat de aan de berekening van het arbeidsongeschiktheidspercentage ten grondslag gelegde functies in medisch opzicht voor appellant geschikt zijn. Uit de overwegingen volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
