ECLI:NL:CRVB:2022:482
Centrale Raad van Beroep · 24-02-2022 · zaaknummer 19/5104 AKW
Inhoudsindicatie
Het ontbreken van een identiteitsbewijs kan in de omstandigheden van dit geval niet afdoen aan het afgeleide verblijfsrecht dat appellante ontleent aan artikel 20 van het VWEU en het daarmee verband houdende recht op kinderbijslag. Appellante is een derdelander/ouder met Nederlandse kinderen die zich bij haar aanvraag om kinderbijslag beroepen heeft op het arrest Chavez-Vilchez. In dit geval zullen de kinderen gedwongen zijn met appellante de Unie te verlaten als een verblijfsrecht aan appellante wordt geweigerd. Aan appellante komt daarom in beginsel een afgeleid verblijfsrecht op grond van artikel 20 van het VWEU toe. Er zijn geen aanknopingspunten om aan appellante een verblijfsrecht te ontzeggen. Het bestreden besluit is dan ook niet deugdelijk gemotiveerd. Voor de beoordeling van het recht op kinderbijslag van appellante zal de Svb nog moeten onderzoeken of appellante op grond van artikel 6, eerste lid, van de AKW als verzekerde voor de AKW kan worden aangemerkt. Hierbij is van belang de vraag vanaf welk kwartaal appellante als ingezetene van Nederland kan worden aangemerkt.
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
