ECLI:NL:CRVB:2022:474
Centrale Raad van Beroep · 04-03-2022 · zaaknummer 20/4507 AW
Inhoudsindicatie
Het college heeft terecht besloten om appellant niet te bevorderen en hem geen vaste aanstelling te geven. Het tijdelijk dienstverband is per 1 augustus 2019 van rechtswege beëindigd. De Raad concludeert dat het college in redelijkheid tot het oordeel heeft kunnen komen dat appellant niet aan de door het college redelijkerwijs gestelde eisen heeft voldaan en hij derhalve niet kan worden bevorderd. Beroep op gelijkheidsbeginsel slaagt niet. Het college heeft in voldoende mate aannemelijk gemaakt dat hier geen sprake was van rechtens gelijke gevallen. Zo heeft de desbetreffende collega in onderling overleg ingestemd met het verlaten van de tenure track.
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
